3 februari 2013
Stromboli
Gisteren aten onze zoons tot onze verbazing zomaar tofu (wel de speciale van de Toko, daar doe ik wel een aparte blog over een keer. Met stokjes ook nog.) En vandaag gingen we door met nieuwe recepten, en wel een recept voor Stromboli. Stromboli is een opgerolde pizza die in stroken gesneden in de VS furore maakt als borrelhapje. Dan vaak met veel vleeswaren. Deze is vegetarisch en wat mij betreft had ik het beleg wat te veel naar de kindersmaak gelaten. De volgende keer maak ik een volwassen variant met meer peper, ansjovis, tonijn of makreel, paprika, olijven... met wat meer pit kortom. De uiteinden waren trouwens heerlijke broodjes die met een likje roomboter nog lekkerder smaakten.
Ik las op een Amerikaanse blog getiteld 'Dinner, a love story' die gaat over iedere dag voor je gezin koken (wat daar nogal revolutionair is) over een idee om 30 dagen achter elkaar een nieuw recept te koken. Ze had het nog afgezwakt voor haar lezers om het haalbaarder te maken naar 7 dagen. Ik vreesch dat het hier bij 2 dagen blijft, maar leuk is het toch! In deze pizzavariant is het deeg veel meer gevarieerd gegaard dan bij een normale pizza. Van knapperig aan de buitenkant tot zacht maar wel gerezen aan de binnenkant met alles er tussen in. Lekker! Echt uit het vuistje eten voor de buis (wat wordt gesuggereerd bij het oorspronkelijke recept) wordt mij te veel een knoeiboel, wij hebben het gewoon aan tafel gegeten.
De titel van dit gerecht is een leuke herinnering aan een toch wel zwaar spectaculair natuurfenomeen dat we zowaar binnen Europa kunnen bewonderen. (Bij de link vind je nog meer foto's). Ik moet ook meteen aan Sophia Loren denken, was het niet een film?
Stromboli
Ingrediënten
Deeg
500 gram bloem, of een mengsel van bloem en volkorenmeel of gezeefd volkoren meel
ruim 300 ml water
een theelepel suiker
een halve eetlepel gist
een halve eetlepel zout
een scheut olijfolie (paar eetlepels)
Saus
olijfolie
teen knoflook
blik tomatenstukjes
evt. wat tomatenpuree
Beleg
300 gram ontdooide spinazie uit de vriezer
1-2 bollen mozarella
wat geraspte kaas
gedroogde italiaanse kruiden
een ui in ringen
worst naar keuze
ansjovis, tonijn of makreel uit blik
olijven
peper
Bereiding
1. Roer de gist en de suiker door het water dat je tot 37 graden (handwarm) hebt verhit. Voeg na een paar minuten ongeveer de helft van het meel/bloem mengsel toe, roer kort door, en laat dit een uur staan. Voeg dan het zout, de rest van meel/bloem en de olijfolie toe en kneed tot een soepel deeg. Dit deeg kan je nog een keer laten rijzen of in geval van haast meteen verwerken.
2. Terwijl het deeg rijst maak je de tomatensaus. Neem een behoorlijk hoge pan (vanwege tomatenspetters straks) en laat de knoflook kort fruiten in een scheutje olijfolie en voeg dan de tomaten met sap toe. Laat het mengsel aan de kook komen en dan op een zacht vuur een half uur inkoken.
3. Rol het deeg uit, ik doe het in twee gedeeltes zodat ik twee rollen krijg. De helft van het deeg is ongeveer uit te rollen tot het formaat van een standaard bakblik. Is het te elastisch, laat het dan even rusten of rol wat minder dun uit.
4. Besmeer het deeg dun met tomatensaus en beleg het daarna met ingrediënten naar keuze. Knijp de spinazie goed uit voor gebruik. Rol de plak deeg voorzichtig op, hevel hem over op een bakblik en bestrijk hem met olijfolie.
5. Bak de rol, afhankelijk van de dikte, 30-60 minuten in een oven van 175 graden en bestrijk hem vijf minuten voor het einde nogmaals met olijfolie.
....Hier bleef er weinig van de twee rollen over!
26 januari 2013
Chocoladecake

Op de foto zien jullie een chocoladetaart. Nou denk ik op zich dat ik de keuze voor dit recept niet hoef uit te leggen, ik bedoel, je kan nooit genoeg recepten voor chocoladetaart hebben, of er genoeg over gelezen hebben. In dit geval komt het recept op verzoek van M. uit A., die wel een snel recept voor een verrassend lekkere chocoladecake met karnemelk wilde hebben. Het liefste was ik acuut naar A. gerend met een cake voor M., maar soms zit dat er praktisch gesproken gewoon niet in, en dan ben ik blij dat ik wel een blogje kan schrijven.
![]() | |
| Zijn vierde of vijfde winter met sneeuw op rij... |
Verder kan ik nu weer het verhaal houden dat ik iets wilde maken, bepaalde ingrediënten niet in huis had (lees: blokchocolade) en dat ik toch wilde bakken omdat a. we daar zin in hadden of b. daar een aanleiding voor was terwijl we ook nog c. een rest karnemelk hadden staan. En ja, een rest karnemelk... dat betekent dat er allemaal Amerikaanse of Engelse recepten opduiken want oh oh wat laten die mensen toch graag deeg met bicarb (natriumbicarbonaat/zuiveringszout/baking soda) rijzen, en dat spul houdt van karnemelk. Nou ja, van zuur. Ik weet niet of het de karnemelk is, maar de cake heeft een heerlijk vochtige kruim zonder dat er een overmaat aan vet aan te pas komt. Glazuren zou ongetwijfeld lekker zijn, maar meestal is de taart/cake al op voordat we aan glazuur toekomen.
![]() |
| Smeuïge kruim en niet te zwaar of te zoet |
Snelle chocoladecake
Ingrediënten
115 gram zachte roomboter
180 gram rietsuiker
100 gram gewone suiker
zakje vanillesuiker
1 groot ei
250 ml karnemelk
200 gram witte bloem
75 gram cacaopoeder
1/4 theelepel baking soda (je kunt ook zelfrijzend bakmeel gebruiken en de baking soda weglaten)
1/2 theelepel bakpoeder
snufje zout
Bereiding
1. Roer de boter met de suiker en de vanillesuiker. Voeg het ei toe en de karnemelk. Het kan nu een beetje klonterig worden, maar dat is niet erg.
2. Zeef de overige droge ingrediënten bijelkaar en meng ze door het vochtige mengsel. Niet te lang roeren. Corrigeer eventueel de verhoudingen zodat je de goede consistentie krijgt.
3. Bak je deeg in een cakevorm gedurende 50-60 minuten, in een brownievorm gedurende 40-50 minuten, in een springvorm (24 cm) gedurende ongeveer 40 minuten of in een Gugelhopfvorm gedurende 40-50 minuten. Temperatuur ongeveer 175 graden hetelucht, afhankelijk van je oven. Prik in het midden om te kijken of je breinaald er droog uit komt.
Opmerkingen
- Je kan deze cake prima in stukken invriezen.
- Ik heb hem al met verschillende combinaties van suiker-soorten gemaakt. Met bruine suiker en gewone suiker (verhouding 1:2) is de cake ook erg lekker. Ik zou daar dus soepel mee om gaan. Waarschijnlijk is 280 gram gewone suiker ook lekker, maar ik zou zeker voor een deel licht- of donkerbruine suiker kiezen. Het geeft extra smaak.
- Ik zou ook niet schromen om een keer te experimenteren met wat koekkruiden, of gewoon wat kardamom en kaneel. Dat kan deze cake, die verder heel simpel is, goed hebben.
Happy baking!
14 januari 2013
Rode kool op 2 manieren
Soms koop je een rode kool en dan blijkt thuis dat hij wel erg groot is. Heel erg groot.
En dus ook heel erg zwaar. Zo zwaar dat je hem niet eens op de keukenweegschaal kunt wegen. Daarvoor moet je hem eerst halveren.
Het hele beest zat ruim boven de drie kilo. Daar eten we met ons gezin vier keer van, minimaal. Dit recept is dus geschikt om in te vriezen. Ik maak meestal een dubbele portie, van 1-1,5 kilo rode kool.
Als ik de rode kool invries dan vind ik het lekkerder als hij tamelijk fijn gesneden is. Dat doe ik in de Magimix. Het kan ook met de hand, maar als ik dat in repen van 5 mm of breder doe dan vind ik dat de kool te vezelig smaakt na het ontdooien.
Ik ga twee manieren van bereiding voorstellen: eentje voor als de kool in een uur klaar moet zijn, en eentje voor als je op tijd begonnen bent. In het laatste geval kan je de oven gebruiken. In een ovenvaste pan (ik gebruik een gietijzeren le Creuset) wissel je laagjes rode kool, ui, appel, zout/peper, suiker en specerijen af. Als specerijen kun je volstaan met behoorlijk wat kaneel en een klein beetje gemalen kruidnagel, gewoon uit de supermarkt.

Sinds onze sprong in het specerijen-walhalla vijzelen wij vers. In dit geval kruidnagel en kaneel, met daarbij nog wat piment en steranijs. Zoals je hieronder ziet is de verhouding kaneel:kruidnagel ongeveer 1:10, vanwege de sterkte van de kruidnagel.Begin met een klontje boter en leg daarna een laag gesneden rode kool in de pan, gevolgd door wat in blokjes gesneden appel, een krappe eetlepel bruine suiker, zout en peper naar smaak en een half theelepeltje van het specerijenmengsel.
Ik krijg ongeveer drie lagen in de pan, waarbij ik de laatste laag wat laat opbollen omdat de kool tijdens de bereiding slinkt. Ik druk het dan aan voor de pan de oven in gaat.
De laatste laag sluit ik af met wat kool en een paar klontjes boter. Ik schenk er ongeveer 2 eetlepels azijn over heen en nog een restje wijn (ongeveer een half glas) als ik het in huis heb, of een scheutje appelsap of water. Weinig vocht! Doordat de pan goed sluit is het vocht uit de kool voldoende.
Dan zet ik de pan met deksel in een oven van 150 graden. Ik laat het geheel 1,5 tot 2 uur in de oven staan en roer in die tijd 1-2 keer om. Op deze manier krijg je kool die stevig van structuur is, doortrokken van de specerijen, lekker gaar, en niet uitgeloogd door te veel kookvocht:
Rode kool uit de oven of van het fornuis
Ingrediënten
klontje boter
1,5 kilo rode kool in fijne reepjes
ongeveer 2 appels van de fruitschaal (daarmee bedoel ik dat hun staat van rimpeligheid voor de keuze bepalender is dan het exacte ras)
1 ui
zout en peper
ongeveer 3 el bruine suiker
2 mespunten kruidnagel
1-2 theelepels kaneel
(alternatief: 3 kruidnagels, een kaneelstokje, 4 pimentkorrels en 1 steranijs gevijzeld)
1-2 eetlepels azijn
een half glas rode wijn
Bereiding
1. Oven: Leg de vaste ingrediënten in laagjes in een ovenvaste pan en top af met wat klontjes boter en azijn en wijn. Zet afgedekt 1,5 tot 2 uur bij 150 graden in de oven en schep ongeveer ieder half uur om.
2. Pan: Bak de ui aan in wat boter, voeg de gesneden rode kool toe en laat die even slinken. Voeg dan de overige ingrediënten toe en laat met deksel erop ongeveer drie kwartier stoven op een klein vuurtje.
3. Tip voor roze appeltjes!! Als je roze stukjes appel in een paarse zee van kool wilt laat je aan het begin de appels weg en voeg je ze vijf minuten voor het einde toe, zodat ze alleen maar meewarmen en de roze kleur aannemen. Dit kan zowel in de oven als op het fornuis.
Smakelijk eten! Ik verlaat jullie met een foto van de kroon van mijn lievelingsboom, die ik nog steeds niet op soort heb weten te determineren. De kronkelige takkenstructuur splitst telkens weer in tweeën, waardoor je een schitterende fractal-achtige kroon krijgt:
8 januari 2013
Pompoensoep
| Noordpolderzijl, 1 januari 2013 (foto van de multiman) |
| Dit zijn stukken van een grote bruine pompoen die op de markt in stukken wordt verkocht | . |
![]() |
| Grote productie thuis, 2x 4 personen en 6 eenpersoonsporties (bij grote soepacties snijd ik alles met de Magimix, vandaar de dunne stukjes) |
Met het rijtje genoemde groentes heb je al de basis van dit recept te pakken. Verdere toevoegingen zijn zeker mogelijk:
- Knoflook gebruik ik bijna altijd, ![]() |
| De opbrengst uit de grote pan... |
- Verse gember vind ik erg lekker voor hitte en een wat warmere smaak. Ook voor kinderen is het lekker, als je maar heel zuinig doseert.
- Ook rode peper, harissa of sambal kan scherpte geven.
- Appelsap of appelmoes gebruik ik nooit.
- Kokosmelk heb ik zelden gebruikt. Ik haal genoeg zoet uit de pompoen zelf en uit ui, wortel en prei. Je krijgt wel een wat frissere smaak en door het vet wordt de smaak beter overgedragen.
- Voor meer body kun je rode linzen toevoegen, die koken in 10 minuten stuk genoeg om te pureren.
- Een laatste suggestie is citroensap. Ook dat gebruik ik zelden, maar soms kan het net wat meer diepte in de smaak geven tegen al dat zoete lawaai.
Ik maak deze soep in grotere hoeveelheden omdat hij bij alle mannen in mijn leven, of ze nou 86 of 11 zijn, met gejuich wordt begroet. En de disgenoot die nu om het recept vroeg, M, de moeder van multiman, bewijst dat ook vrouwen ermee weglopen. Je kan de soep prima invriezen. Ik maak de soep dan wat dik om ruimte in de vriezer te sparen en verdun bij het ontdooien.
Pompoensoep (van mild tot pittig)
Ingrediënten
1. Basis
olie en wat boter
oranje of groene pompoen
wortel
ui
een stuk knolselderij of een paar stengels bleekselderij
prei
(verhouding: 0,75-1 kilo pompoen, 1 winterwortel, 1 flinke ui, 200 gram knolselderij, 1 kleine prei)
bouillonblokje
knoflook
2. Naar keuze
zelfgemaakte groentebouillon
gember (met kinderen: 1 cm per kilo pompoen. Voor volwassenen: 2 cm per kilo)
kaneel, koriander of komijn, gemalen
kokosmelk (pakje 200ml op een portie van 1,5 tot 2 liter)
room
citroensap of -rasp
rode linzen
rode peper (of sambal of harissa)
Bereiding
1. Fruit de gesneden ui een paar minuten. Voeg dan de kleingesneden wortel en selderij toe, en eventueel de prei in fijne reepjes.
2. Terwijl de groente langzaam fruit slacht ik de pompoen. Ik verwijder de schil van de helften of ik snijd de pompoen in partjes en leg die dwars op de plank waarna ik met een paar snedes de schil per part verwijder. De eerste keer duurt dit wat langer, ik zou dan wachten met aanfruiten tot je pompoen gesneden is.
3. Voeg de pompoen in stukken toe.
4. Snijd een of meerdere knoflooktenen en indien gewenst de gember en rode peper in kleine stukjes. Laat knoflook en gember heel kort meefruiten. Voeg ook indien gewenst specerijen naar keuze toe.
5. Schenk dan water of groentebouillon erbij zodat de groente net onderstaat en kook de groente kort tot ze net gaar zijn. Een minuut of 8-10.
6. Pureer de soep naar wens, helemaal niet, grof of fijn. De pompoen kookt zo makkelijk stuk dat je ook kunt volstaan met wat flink roeren met een garde, dan krijg je al een halfgebonden structuur. Breng op smaak met bouillonblokje en op goede dikte met extra water of bouillon.
Het was weer gezellig, Lola, tot gauw!
2 januari 2013
Lunchsalade "Verstandige Lunch"
Vandaag een keer geen hoofdmaaltijd. Dit is mijn Verstandige Lunch. Deze verstandige lunch heeft alleen maar voordelen, maar daarnaast is ie ook nog gewoon lekker. De voordelen zijn: - je krijgt meer groente binnen; - je wordt niet duf van de middagse broodmaaltijd (ik word daar duf van namelijk); - je groentela blijft verschoond van kleine restjes. Eerlijk gezegd val ik ook nog eens af als ik structureel deze Verstandige Lunch gebruik. Maar dat zou persoonlijk kunnen zijn. Net als die dufheid die niet optreedt. De verhoogde groente-inname en de opgeruimde groentela zijn wel voordelen die voor iedereen gelden.
![]() |
| Witlof, wortel, tomaat, komkommer, linzen, minimozzarella, linzen |
| Little gem sla, wortel, komkommer, tomaat, paprika, linzen, Hüttenkäse |
| Witlof, wortel, komkommer, rode kool, bietjes, walnoten |
In de zomer maak ik soms aan met citroensap, verse kruiden en een meer neutrale olie. Als ik een vriendin op bezoek krijg volsta ik vaak met wat lichtere sla, wat tomaat en avocado. Dan maak ik hem wat minder rauwkostachtig. Afhankelijk van wie er op bezoek komt natuurlijk.
Lunchsalade "Verstandige Lunch"
I Een stuk of vijf van de onderstaande groente-opties:
Stronkje witlof
stukje geraspte winterwortel
kleine tomaat
stukje komkommer
wat slablaadjes
wat rucola
stukje koolrabi
stengel bleekselderij
stukje witte kool
stukje rode kool
wat geraspte knolselderij
een restje gegaarde groente uit de koelkast
(bietjes, courgette, pompoen, snijbonen etc.;
in de oven geroosterde groentes lenen zich goed,
maar gestoomd kan ook.)
II Een of twee extra's
wat noten
wat gekookte linzen (kan uit blik van Bonduelle)
wat kaas
eetlepel Hüttenkase
stukje avocado
III Aanmaken met
goede koudgeperste olie
balsamicoazijn of goede wijnazijn of citroensap
eventueel verse groene kruiden
peper&zout
Een smakelijk 2013 gewenst!
Voor de liefhebbers: mijn totale Verstandige Dagmenu:
- ontbijt: havermoutpap of boterham met kaas
- 10 uurtje: stuk harde rauwe groente (wortel, witte kool, bleekselderij, koolrabi)
- lunch: Verstandige Salade en een boterham met hartig beleg, grapefruit
- 15 uur: cracker met kaas of klein bakje muesli, nog wat fruit of groente
- avondmaaltijd: gewoon met de pot mee
Overdag veel drinken, water en kruidenthee, en suiker mijden.
Voor meer ideeën voor lunchsalades in de zomer kun je mijn vervolgblogje lezen.
Labels:
groente,
linzen,
lunch,
resten,
verstandig
20 december 2012
Ziekensoepje (havermout/tijm)
![]() |
| Oud Amelisweerd, 15 december 2012 |
Het hele weekend lag mijn multiman geveld in bed. Dat komt niet vaak voor! Met de jongens ben ik naar het bos geweest, toch even die zondag breken, en verder heb ik me het schompes gebakken. Ja ja mensen, ik kan niet anders zeggen. 5 kilo Schnitzbrot en net nog een blik met koekjes volgezet.
![]() |
| Deeg te hard, toch maar spuitzak gepakt (rechts) - da's beter. |
Maar toen de multiman eigenlijk vrijwel niets bleek te eten, misselijk uren en uren lag te slapen ging ik me zorgen maken. Ik wilde dat hij iets binnen zou krijgen en houden, in ieder geval wat vocht. En dan is een havermoutsoepje precies het goede recept. Dat valt gek genoeg lichter dan puur vocht. Het legt een bodempje. Het bleek bovendien zo verduiveld lekker dat zowel jongste als ik de verleiding maar amper konden weerstaan om de soep voor de neus van de patient weg te eten. Voor deze soep hoef je niet ziek te zijn! Hij is echt in 3 minuten klaar, dus ook de bereidingstijd is geen reden om het te laten.
Havermoutsoep
Ingrediënten (voor 2 kleine kommetjes voor 1 patiënt)
klontje boter
eventueel wat verse kruiden uit de tuin (oregano, rozemarijn, salie, tijm)
(alternatief wat gedroogde kruiden, bij voorkeur tijm)
paar eetlepels havermout
kippenbouillonblokje
250 cc water
Bereiding
1. Verhit de boter en voeg de fijngesnipperde kruiden toe. Laat ze even in de boter zachtjes bakken. Voeg dan de havermout toe en roer om.Voeg wat stukjes bouillonblokje naar smaak toe.
2. Blus met water en laat de soep even opkoken. Klaar!
Opdienen
Dien warm op in een klein bord. Heel belangrijk, een groot bord kan afschrikken. Liever 2x opscheppen. Die paar hapjes verleiden vaak tot meer. Als de boter nog te zwaar is kan je die weglaten.
Varianten
De klassieke combinatie is van oorsprong tijm met echte kippenbouillon, een variant op de Joodse penicilline. Maar de basis van deze soep is eigenlijk heel simpel water, zout en havermout. Als je nog heel misselijk bent kun je het daarbij laten. Vanuit die simpele basis kan je echter in alle richtingen variëren. Je kan een uitje meebakken aan het begin, andere bouillon gebruiken, andere kruiden toevoegen. Als je het hebt kan je ook wat stukjes gaar vlees toevoegen. Het is maar net wat je in huis hebt. De belangrijkste functie is, zoals hierboven al gezegd, dat deze soep een bodempje legt.
Lezer Dirksmama kwam nog met een variant die in Indonesië gewoon instant in de winkel ligt: havermoutsoep met gedroogde visjes. Ik hoor graag of jullie dat ook een keer gemaakt hebben. Als ik al gedroogde peren op de markt kan krijgen zouden gedroogde visjes ook te vinden moeten zijn...
19 december 2012
Schnitzbrot
Vandaag wil ik vertellen hoe ik Schnitzbrot maak. Het is een brood dat in de kersttijd wordt gebakken en dat zo rijk aan vulling is dat het eigenlijk meer vulling is dan deeg. Het belangrijkste ingrediënt zijn gedroogde peren. Door de steencellen in die peren krijgt het brood zijn stevige structuur. In Zwitserland wordt een variant gebakken die Birnenbrot heet om die reden. Bij Birnenbrot zit er nog een laagje deeg om de vulling heen. Ons Schnitzbrot daarentegen is vulling die nooddruftig bij elkaar wordt gehouden door een klein beetje deeg.
Ik schrijf deze blog niet zozeer omdat ik denk dat veel mensen dit onmiddellijk na gaan maken, daarvoor lijkt het recept me te complex. Je moet echt wel even op de goede dag naar de goede markt om het lijstje bij elkaar compleet te krijgen. Vooral die gedroogde peren heb ik nog nooit in een winkel gezien. En daarna sta je toch wel een dag met tussenpozen in de keuken. Maar ik kreeg van verschillende kanten de vraag wat dit nou eigenlijk is en hoe je het maakt, dus hierbij het antwoord.
Ingredienten
500 gram pruimedanten
500 gram gedroogde peren
500 gram vijgen
250 gram gedroogde abrikozen
250 gram dadels
500 gram rozijnen
500 gram gemengde noten
150 gram amandelen
150 gram hazelnoten
200 gram natuurbloem
250 ml kookvocht/water met lepel honing
1,5 el gedroogde gist
300 gram volkoren meel
citroenrasp van 1 citroen
150 gram oranjesnippers
25 gram kaneel
gevijzeld mengsel van
4 cm Cassia
4 pimentkorrels
10 kruidnagels
1 tl gemberpoeder
1 tl korianderzaadjes
1 stuk steranijs
1 tl anijs
1 tl venkelzaad
1 tl kardamomzaad uit groene peulen
een handvol gepelde amandelen
Bereiding
1. Zet de peren en pruimen op in een pan met water waarin ze 2 cm onder water staan. Laat ze aan de kook komen en kook een kwartiertje tot de ergste stevigheid van de peren is. Als je ze doorsnijdt kun je zien of er nog een hard stuk in het midden zit. Dat moet bijna verdwenen zijn. Zet de vlam uit en laat het geheel afkoelen. Deze stap kun je los uitvoeren, bijvoorbeeld de avond van te voren. Het kookvocht ("Schnitzbrühe") wordt straks gebruikt om het deeg te maken en om de broodjes te bestrijken tijdens en na het bakken.
2. Snijd alle zuidvruchten in stukken, ontpit ze zo nodig. (De pruimen koop ik altijd met pit omdat ze anders te zacht zijn om te koken, en ik moet ze koken om aan kookvocht te komen). Week de rozijnen eventueel in rum, thee of appelsap, maar je kan ze ook gewoon puur gebruiken. De noten kan je heel laten. Voeg de geraspte citroenschil en gesnipperde geconfijte sinaasappelschil toe. Als je niet over een vijzel en een specerijenwalhalla beschikt kan je gemalen specerijen gebruiken en het een en ander weglaten, of gedeeltelijk vervangen door speculaaskruiden. Neem dan kaneel, wat speculaaskruiden, wat gemalen kruidnagel en gewoon hele anijs. Dat werkt ook.
3. Maak een voordeeg van 300 gram volkorenmeel of een iets gezeefdere variant (ik had dit jaar "natuurbloem" van de molen in IJsselstein) en ongeveer 250 ml Schnitzbrühe en 40 gram verse gist of 1,5 Engelse Tablespoon gedroogde gist. Roer het door en laat het opbubbelen, een half uur is meestal voldoende. Voeg dan 200 gram volkorenmeel toe om een stevig gistdeeg te krijgen. Laat dit 2,5 uur rijzen. Als je nog meer te doen hebt, zet dan de kom in de koelkast en laat het staan tot je verder gaat.
4. Als je vier a vijf uur de tijd hebt kan je gaan bakken. Verdeel het deeg (dat aan de stevige kant mag zijn om eventueel vocht van de vruchten te compenseren) in klontjes over de vulling. Pak dan stukjes deeg met vulling in je hand en knijp ze helemaal fijn zodat het deeg tussen de vulling gaat zitten. Herhaal dit tot je geen witte stukken deeg meer ziet.
5. Laat het deeg 2 uur rusten/rijzen.
6. Vorm broodjes, versier ze met de amandelen, en laat ze nogmaals een uur rijzen. Bak ze af in een niet te hete oven, rond de 150-170 graden, gedurende ongeveer een uur. Bestrijk ze iedere tien minuten gul met Schnitzbrühe en pas goed op dat ze niet verbranden. Dit recept levert twee blikken broodjes op, de tweede portie staat dus een uur langer op het blik.
7. Laat de broodjes goed afkoelen en bewaar ze in een blik of in een grote, goed sluitende pan. Ze moeten een tijdje liggen om hun smaak goed te ontwikkelen, zeker een week. Lekker blijven ze zeker een week of zes of zelfs acht. Je kan plakjes zo eten, of met dik boter, of serveren bij een kaasplankje. Als ik het kado geef verpak ik het in cellofaanfolie.
Pas op! Het allerlaatste restje eet je niet op. Dat laat je achter in de kast. Dit brood werd ook wel "Hutzelbrot" genoemd naar de Hutzelmännchen. Die komen dan langs en zorgen dat het weer aangroeit, zo zit je nooit zonder. Of nemen ze het nou mee en behoeden ze je in ruil voor onheil??? Ik moet het nog een keer navragen bij iemand van de vorige generatie.
Ik schrijf deze blog niet zozeer omdat ik denk dat veel mensen dit onmiddellijk na gaan maken, daarvoor lijkt het recept me te complex. Je moet echt wel even op de goede dag naar de goede markt om het lijstje bij elkaar compleet te krijgen. Vooral die gedroogde peren heb ik nog nooit in een winkel gezien. En daarna sta je toch wel een dag met tussenpozen in de keuken. Maar ik kreeg van verschillende kanten de vraag wat dit nou eigenlijk is en hoe je het maakt, dus hierbij het antwoord.
Ingredienten
500 gram pruimedanten
500 gram gedroogde peren
500 gram vijgen
250 gram gedroogde abrikozen
250 gram dadels
500 gram rozijnen
500 gram gemengde noten
150 gram amandelen
150 gram hazelnoten
200 gram natuurbloem
250 ml kookvocht/water met lepel honing
1,5 el gedroogde gist
300 gram volkoren meel
citroenrasp van 1 citroen
150 gram oranjesnippers
25 gram kaneel
gevijzeld mengsel van
4 cm Cassia
4 pimentkorrels
10 kruidnagels
1 tl gemberpoeder
1 tl korianderzaadjes
1 stuk steranijs
1 tl anijs
1 tl venkelzaad
1 tl kardamomzaad uit groene peulen
een handvol gepelde amandelen
Bereiding
1. Zet de peren en pruimen op in een pan met water waarin ze 2 cm onder water staan. Laat ze aan de kook komen en kook een kwartiertje tot de ergste stevigheid van de peren is. Als je ze doorsnijdt kun je zien of er nog een hard stuk in het midden zit. Dat moet bijna verdwenen zijn. Zet de vlam uit en laat het geheel afkoelen. Deze stap kun je los uitvoeren, bijvoorbeeld de avond van te voren. Het kookvocht ("Schnitzbrühe") wordt straks gebruikt om het deeg te maken en om de broodjes te bestrijken tijdens en na het bakken.
2. Snijd alle zuidvruchten in stukken, ontpit ze zo nodig. (De pruimen koop ik altijd met pit omdat ze anders te zacht zijn om te koken, en ik moet ze koken om aan kookvocht te komen). Week de rozijnen eventueel in rum, thee of appelsap, maar je kan ze ook gewoon puur gebruiken. De noten kan je heel laten. Voeg de geraspte citroenschil en gesnipperde geconfijte sinaasappelschil toe. Als je niet over een vijzel en een specerijenwalhalla beschikt kan je gemalen specerijen gebruiken en het een en ander weglaten, of gedeeltelijk vervangen door speculaaskruiden. Neem dan kaneel, wat speculaaskruiden, wat gemalen kruidnagel en gewoon hele anijs. Dat werkt ook.
3. Maak een voordeeg van 300 gram volkorenmeel of een iets gezeefdere variant (ik had dit jaar "natuurbloem" van de molen in IJsselstein) en ongeveer 250 ml Schnitzbrühe en 40 gram verse gist of 1,5 Engelse Tablespoon gedroogde gist. Roer het door en laat het opbubbelen, een half uur is meestal voldoende. Voeg dan 200 gram volkorenmeel toe om een stevig gistdeeg te krijgen. Laat dit 2,5 uur rijzen. Als je nog meer te doen hebt, zet dan de kom in de koelkast en laat het staan tot je verder gaat.
4. Als je vier a vijf uur de tijd hebt kan je gaan bakken. Verdeel het deeg (dat aan de stevige kant mag zijn om eventueel vocht van de vruchten te compenseren) in klontjes over de vulling. Pak dan stukjes deeg met vulling in je hand en knijp ze helemaal fijn zodat het deeg tussen de vulling gaat zitten. Herhaal dit tot je geen witte stukken deeg meer ziet.
5. Laat het deeg 2 uur rusten/rijzen.
| voor het bakken |
6. Vorm broodjes, versier ze met de amandelen, en laat ze nogmaals een uur rijzen. Bak ze af in een niet te hete oven, rond de 150-170 graden, gedurende ongeveer een uur. Bestrijk ze iedere tien minuten gul met Schnitzbrühe en pas goed op dat ze niet verbranden. Dit recept levert twee blikken broodjes op, de tweede portie staat dus een uur langer op het blik.
| na het bakken.. |
Pas op! Het allerlaatste restje eet je niet op. Dat laat je achter in de kast. Dit brood werd ook wel "Hutzelbrot" genoemd naar de Hutzelmännchen. Die komen dan langs en zorgen dat het weer aangroeit, zo zit je nooit zonder. Of nemen ze het nou mee en behoeden ze je in ruil voor onheil??? Ik moet het nog een keer navragen bij iemand van de vorige generatie.
Abonneren op:
Posts (Atom)













